Toen dit nummer verscheen was ik vijftien, zestien. Nu klinkt het wat tam, zelfs een beetje kitsch, maar toen was het wild. Een dikke motor onder je reed, de steel horse uit het liedje, een fles whiskey in je hand, en wanted, verwenst, door iedereen. Zo wilde ik ook leven.
Veertig jaar later hoeft die motor niet meer, en die fles whiskey ook niet. Toch voel ik mij nog altijd wanted, een buitenbeentje in de maatschappij, schoppend tegen heilige huisjes, beslist geen doorsnee mens.
Daar ben ik best trots op. Mijn fiets moet dan maar voor steel horse doorgaan en mijn dopper met water voor the bottle that I drink.