En nogmaals De Wolven van de Eeuwigheid, want Knausgård is altijd goed voor een paar liedjes.
Om me heen werd de coupé steeds voller. Een moeder met twee zoontjes ging op de plaatsen bij mij zitten, de moeder, die in de dertig was, tegenover mij, de twee zoontjes, misschien tien en twaalf, bij het raam. Terwijl we het station uitreden, deed ik mijn koptelefoon op en zette de cd-speler aan. Beethovens laatste strijkkwartetten.
Daar kon ik niet bij lezen, dus zat ik uit het raam te kijken terwijl ik naar de muziek luisterde, eerst de grote, vervallen slaapsteden, daarna akkers en bossen, huizen en dorpen. Onder de grijze zomernachthemel was alles mooi, zelfs de scheve schuurtjes die hier en daar binnen houten omheiningen langs de spoorbaan stonden en de winkelcentra buiten de steden, die leeg waren en geel oplichten in het grijs. Of misschien gaf de muziek iets van haar schoonheid aan alles wat voorbijgleed.
YouTube: String Quartet No 12 Op 127, II. Adagio ma non troppo e molto cantabile, audioclip