Ik heb het nooit zo op boeken over ouders, of het nu moeders of vaders zijn. Bezoek lekker een therapeut met je onverwerkte jeugdtrauma’s maar val je lezers er niet mee lastig. Door een interview in de Volkskrant met Rob van Essen, een paar dagen voor hij de Libris Literatuurprijs 2019 zou winnen, besloot ik De Goede Zoon toch te gaan lezen.
Dat viel beslist niet tegen. Zo bleek de jeugd van de hoofdpersoon soms verrassend veel op die van mij en woont hij als kind zelfs enige tijd in mijn geboortedorp.
Een mooi fragment is het verhaal over het kappersluik, waar ik zelf ook al eens over schreef:
In een hoek van de winkel zat een luik, daar ging het afgeknipte haar in. […]elke zaterdag moest ik met een zachte bezemde haren naar het luik vegen. Je kon het optillen met een ketting die aan de muur was bevestigd. En dan veegde je de haren zo het donker in. […]Dat luik was verschrikkelijk. Ik wist ook niet waar al dat haar heen ging. Dat weet ik eigenlijk nog steeds niet. Werd het opgehaald, bevond zich ergens aan de achterkant van het huis een deur naar die kelder, kwam er een haarwagen die om de zoveel tijd de kelder leeg kwam zuigen?
Een terechte prijswinnaar, als je het mij vraagt. Beter nog dan die andere kanshebber die ik las.
The Good Son van Nick Cave staat als moto voorin het boek.